Tapijt uit allergie-strafbankje
In het Schotse Edinburgh werd vandaag een conferentie gehouden bij de Royal Society over de dramatische stijging van het aantal gevallen van astma en allergieën bij de Britten. Deskundigen uit het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa, de Verenigde Staten en Australië lieten hun licht schijnen over de materie. Dit op uitnodiging van The Carpet Foundation (de ‘Britse VNTF’) die een dalende afzet van tapijt waarneemt als gevolg van de astma-perikelen. De Carpet Foundation wilde een poging wagen om “de wijdverspreide mythe te weerleggen dat de hoofdoorzaak van astma is gelegen in tapijtvloeren.” Michael Hardiman van de fabrikantenorganisatie herhaalde de boodschap dat tapijt geen bijzonder groot reservoir is voor allergie veroorzakende stofmijten en dat goed stofzuigen problemen kan voorkomen. Hij haalde ook de uitkomsten van de inmiddels bekende Zweedse studie aan waaruit blijkt dat tussen 1975 en 1990 het aantal gevallen van allergieën met 300 procent steeg bij een flink dalende markt voor zachte vloerbedekking.
Geen van de deskundigen wijst intussen met een beschuldigende vinger naar tapijt. Een Schotse professor verklaart de toename van astma uit de afnemende consumptie van vers fruit en groente en uit wellicht een toenemend gebruik van zout en vetzuren. Anderen leggen een verband met kakkerlakken, roken of zelfs zoiets als “westerse stedelijke leefomgevingen”. Een tegengeluid in eigen land, met breed bereik onder consumenten, kwam vorige week van Jos Wesselink (directeur VNTF) in het Algemeen Dagblad: “Europees onderzoek onder leiding van de Technische Universiteit Eindhoven toont aan dat het verhaal (vermeende schadelijke stoffen in tapijt, red.) op niets is gebaseerd. Het maakt voor het binnenmilieu niet uit wat je op de vloer legt. Als je hem maar goed schoon houdt en voldoende ventileert.”
(Vloerenplein/AD/UTV, 04-06-2002)






