Eergisteren, 4 december, hebben de Centrale Branchevereniging Wonen, de Vereniging van Parketvloerenleveranciers, FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, FNV Bouw, Hout- en Bouwbond CNV en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het arboconvenant voor de wonenbranche ondertekend. In de branche heeft 47 procent van de medewerkers een vergrote kans op lichamelijke klachten als gevolg van zwaar werk, aldus het ministerie. Vooral het leggen van vloeren, het bezorgen van meubels en het plaatsen van keukens en badkamers is lichamelijk inspannend werk. De wonenbranche wil het aantal medewerkers dat te maken heeft met een vergroot risico op gezondheidsklachten als gevolg van lichamelijk zwaar werk, binnen 4 jaar met 25 procent terugbrengen. Ook moet de groep werknemers die regelmatig meer dan 25 kilo tilt met een kwart afnemen. Belangrijk onderdeel van het convenant zijn maatregelen om het tillen te beperken en te vergemakkelijken.
Zo is opgenomen dat één persoon handmatig maximaal 23 kilo mag tillen. Twee personen mogen handmatig niet meer dan 40 kilo tillen. Om dit mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van een reeks van ergonomische hulpmiddelen. Daarbij valt te denken aan mechanische hulpmiddelen om gewichten boven de veertig kilo te tillen, een mechanische tapijtverwijderaar voor woningstoffeerders en een in hoogte verstelbare naaitafel voor gordijnennaaisters. Daarnaast worden er afspraken gemaakt met leveranciers over de aanlevering van goederen in hanteerbare verpakkingen. Om de werkdruk aan te pakken wordt een speciaal op de branche toegesneden werkdrukinstrument ontwikkeld. Dit is vooral een hulpmiddel bij het inventariseren, bespreekbaar maken en aanpakken van werkdrukproblemen. In het arboconvenant zijn ook afspraken gemaakt om het gebruik van oplosmiddelen terug te dringen. De ervaringen met het gebruik van alternatieve middelen zullen worden geïnventariseerd. Op korte termijn wordt gekeken of het haalbaar is een databank op te zetten met informatie over oplosmiddelen en vervangende producten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt bijna negen ton euro ter beschikking voor de uitvoering van het convenant. De sociale partners dragen 2,4 miljoen euro bij. Het convenant is van toepassing op 33.000 werknemers in ruim 5.000 ondernemingen. Het convenant loopt tot eind 2006.
(Ministerie SZW/DPN, 06-12-2002)