Blokker zet Leen Bakker in de etalage
Casper Meijer, CEO Blokker Holding: ‘Sterk merk Leen Bakker heeft goede toekomst onder een nieuwe eigenaar.’Blokker Holding heeft besloten om zich volledig te richten op Blokker, de winkel waarmee het allemaal begon in 1896. De overige winkelbedrijven van het concern (Intertoys, Maxi Toys, Xenos, Big Bazar en Leen Bakker) zullen worden verkocht. Deze strategiewijziging leidt er toe dat in de komende periode circa 1900 arbeidsplaatsen komen te vervallen.
Op dit moment richt Blokker Holding zich met zeven winkelformules op drie markten: ‘huishoud’, ‘speelgoed’ en ‘wonen’. “Maar in een speelveld dat steeds competitiever wordt en met consumenten die hogere eisen stellen, moeten winkelbedrijven zich voortdurend vernieuwen om relevant en interessant te blijven. De daarbij gewenste snelheid, wendbaarheid en commerciële slagkracht, vereisen meer focus,” zo valt te lezen in een persbericht van het concern. “Daarom richt Blokker Holding zich in de toekomst op één winkelketen: Blokker. Zo wordt de leidende positie in het segment ‘huishoud’ behouden en verder versterkt. Blokker Holding verwacht de andere bedrijven onder te brengen bij andere partijen waar ze de aandacht krijgen om voor de klant relevant te blijven en te groeien.”
Nextail, de succesvolle online organisatie van Blokker Holding, blijft een belangrijke online en e-commerce aanjager voor Blokker in Nederland en België en - naar verwachting van de holding - voor de te verkopen winkelbedrijven en mogelijke externe partijen. Marskramer gaat door als franchiseformule, de resterende circa 100 eigen winkels worden gesloten. Blokker Holding zoekt nieuwe eigenaren voor de winkelformules Intertoys, Maxi Toys, Xenos, Big Bazar en Leen Bakker. Het is de intentie om deze winkelbedrijven ‘intact’ te verkopen. De medewerkers van deze bedrijven zullen dan onderdak vinden bij de nieuwe eigenaren. Bij de te verkopen winkelbedrijven zijn circa 13.500 medewerkers in binnen- en buitenland werkzaam.
Casper Meijer, CEO Blokker Holding, zegt in het persbericht ervan overtuigd te zijn dat de te verkopen winkelformules met een nieuwe eigenaar een goede toekomst hebben.
In een vraaggesprek met website RetailWatching licht Meijer toe dat zeven winkelketens tegelijkertijd opknappen te veel van het goede is gebleken. “Het is een keuze in het belang van alle bedrijven. Door de andere winkelketens te verkopen krijgen ze meer aandacht en focus en kunnen ze ook tot volledige wasdom komen.” Tegelijkertijd komen zo middelen beschikbaar om meer vaart te zetten achter de modernisering van Blokker. Meijer wil de andere vijf winkelformules ‘intact’ verkopen, om zo het personeel de grootste kans te bieden op het behoud van hun baan. De CEO is dan ook niet per se op zoek naar de hoogste bieder als wel naar een partij die toekomst ziet in de winkelformules, zo verklaart hij tegen RetailWatching. “Dan is het niet van belang of het om een private equitypartij gaat of om partijen die al actief zijn in de industrie.” Het verkoopproces gaat nu van start. Concrete gegadigden zijn er volgens de topman nog niet, wel al wat belangstellende telefoontjes. Meijer betitelt Intertoys, Xenos en Leen Bakker verder als ‘sterke’ merken. Tegen de website wil hij evenwel niet zeggen of ze winstgevend zijn en wat ze moeten opleveren.
Retailexpert Rupert Parker Brady schat op RetailWatching dat de verkoop van de verschillende onderdelen een half miljard tot een miljard euro oplevert. Private equitypartijen zullen zich volgens hem melden, maar ook een buitenlandse branchegenoot als Jysk zou wellicht interesse hebben in Leen Bakker. Deskundige Paul Moers ziet ook wel Euretco aankloppen voor het ‘modische’ Leen Bakker, dat volgens hem goed binnen de retailserviceorganisatie zou passen. In het vloerenassortiment van Leen Bakker zit laminaat, vinyl en textiel, met specifiek vloerkleden en laminaat gerangschikt onder de ‘populaire categorieën’ op zijn website.
(Vloerenplein, 17-05-2017)




















Interieurgroothandel Headlam is samen met F. Ball, de Britse fabrikant van (ook) maritieme vloerproducten, als exposant aanwezig op de beurs Maritime Industry, die van 9 t/m 11 mei a.s. op de rol staat in de Evenementenhal Gorinchem.
De Duitse federale regering heeft onlangs een rechtszaak aangespannen tegen de Europese Commissie voor het Gerecht van de Europese Unie. Op 21 april jl. hebben we er aandacht aan besteed op deze site. De regering van onze oosterburen vindt diverse EU-normen voor bouwproducten tekortschieten als het gaat om veiligheid, milieu en gezondheid. De EU-lidstaten zijn evenwel verplicht om de Europese geharmoniseerde normen voor bouwproducten toe te passen, zonder aanvullende eisen op nationaal niveau te mogen stellen, zoals Duitsland die kende met het Ü-teken. Duitsland heeft twee jaar terug tegen zes van de in haar ogen onvolledige geharmoniseerde bouwproductnormen bezwaren ingebracht, om de door haar waargenomen lacunes in de normen te dichten. Twee van de bezwaren zijn daarna door de Europese Commissie afgewezen. Deze hebben betrekking op houten vloeren en op sportvloeren. Tegen die afwijzing heeft Duitsland nu beroep aangetekend bij het Gerecht.
Het Zentralverband des Deutschen Handwerks (belangenbehartiger van meer dan een miljoen ambachtelijke bedrijven) kan zich vinden in de nieuwe stap. De organisatie deed vorig jaar al een oproep aan de regering om haar ‘zorgplicht' te vervullen en om juridische stappen te ondernemen tegen ‘slechte’ Europese normen. Een andere grote vakorganisatie, het Zentralverband Deutsches Baugewerbe (belangenbehartiger van ruim 35.000 middelgrote bouwbedrijven) laat weten verheugd te zijn dat de federale regering eindelijk druk zet op de EU-Commissie. “Zolang de Europese normen ernstige, veiligheidstechnische tekortkomingen vertonen, heeft de staat in het algemeen belang de plicht om de veiligheid in de bouw door nationale voorschriften te handhaven. Om de Europese interne markt te verwezenlijken, zonder in te boeten op de veiligheid op de bouw, zouden echter alle van de meer dan tachtig tekortschietende Europese bouwproductnormen moeten worden verbeterd.”







Bij de Geschillencommissie Wonen, die geschillen behandelt met ondernemers die deelnemen aan de Stichting Garantieregelingen CBW, waren vorig jaar 1124 (2015: 987; 2014: 973) klachten in behandeling, waarvan 912 (2015: 792) ingediend in het verslagjaar. De commissie verzond in het verslagjaar 375 uitspraken. Ook werden 178 zaken onder leiding van een bemiddelingsdeskundige geschikt. In een groot deel van de klachten (212 in totaal) hebben partijen alsnog onderling geschikt. Daarnaast kon de commissie een aantal zaken niet verder behandelen omdat de consument niet voldeed aan de formele innamevoorwaarden of omdat de ondernemer niet was aangesloten. Het merendeel van de klachten waarin uitspraak werd gedaan in het verslagjaar, had betrekking op zitmeubelen en keukens. Daarnaast ging een behoorlijk aantal klachten over parket. De overige klachten hadden onder meer betrekking op badkamers, vloerbedekking en slaapkamers. Het financieel belang dat bij de klachten in het geding was, bedroeg gemiddeld 3841 euro. De commissie heeft in het verslagjaar 375 uitspraken gedaan. In 192 geschillen werd de klacht ongegrond bevonden, in 141 gegrond en in 33 ten dele gegrond. Daarnaast heeft de commissie de consument in twee geschillen niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht en heeft de commissie zich in één geschil niet bevoegd verklaard. In zes geschillen werd ter zitting een schikking bereikt. De commissie kende in 47 van de (ten dele) gegronde klachten een schadevergoeding toe. Gemiddeld bedroeg deze vergoeding 1184 euro.
F. Ball, de Britse fabrikant van hoogwaardige vloerproducten, heeft afgelopen vrijdag zijn eerste vloertraining gehouden in het Service Center van distributeur Headlam in Rotterdam. Technische adviseurs Bob van Wort en Marc Kemperman brachten stoffeerders uit de regio op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van vloerproducten en vloersystemen, van het voorbereiden en egaliseren van ondervloeren tot het gebruik van vloerlijmen. Ook aan bod kwamen een aantal veel voorkomende problemen die vloerenleggers kunnen ondervinden. Zoals: wat is de juiste oplossing bij vocht in de vloer, welke vloerlijm gebruik je in ruimtes met temperatuurschommelingen door bijvoorbeeld hoge raampartijen, is het noodzakelijk egalisaties machinaal te schuren, enzovoorts. Naast een stuk theorie gingen de deelnemers ook zelf aan de slag met de producten en nieuwste innovaties van F. Ball en was er nog tijd over voor een hapje en een drankje. Iedereen was zodoende in één dag volledig op de hoogte. Dit tot grote tevredenheid van de aanwezigen. De reacties waren dan ook uiterst positief.
“Een industrieel interieur is niet in een hokje te plaatsen. Sterker nog, het is juist de bedoeling om ‘out of the box’ te denken,” aldus mFLOR in een presentatie van ‘de industriële Lifestyle’. Kenmerkend voor deze woonstijl zijn volgens mFLOR de karakteristieke, grote, open ruimtes in combinatie met het gebruik van ruwe, stoere materialen en zichtbare ‘oneffenheden’ als leidingen en metselwerk. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke kleuren maar dan nét even anders. Denk hierbij aan antraciet met een gemarmerd effect, flesgroen, petrolblauw en cognac. In een industrieel interieur zie je veel gebruik van grove materialen als staal, beton, leer, steen, ijzer en hout op wanden en vloeren. Een industrieel interieur kan hierdoor wat kil overkomen. Dat is volgens mFLOR eenvoudig te verhelpen door alternatieve materialen te gebruiken die wel de looks, maar niet de nadelen hebben van het origineel. Denk hierbij aan PVC vloeren met een betonlook; zacht en warm, maar op het oog niet van echt beton te onderscheiden. Een woontip die detaillisten volgens mFLOR aan de consument zouden kunnen geven is om het bij de keuze voor een dergelijk interieur ruimtelijk te houden. “Een industrieel interieur is afkomstig van de fabrieksarchitectuur. Hierbij ging men vooral voor praktisch nut. Indien je deze woonstijl perfect toe wilt passen kies je daarom voor rustige kleuren en grote, robuuste en stoere objecten zonder poespas.”

