Duitsland: lacunes in CE-normen dichten
De Duitse overheid blijft druk in de weer met wat zij noemt het tegemoet treden van “de bekende lacunes en tekortkomingen” in de CE-markering van bouwproducten. Een recente stimulans is klaarblijkelijk een akkoord tussen het Duitse ministerie voor bouwzaken (BMUB) en de Europese Commissie. Hierin is bepaald dat Duitsland tijdelijk eisen aan het brandgedrag (smeuling bij blootstelling aan vuur) van bouwproducten kan opleggen, totdat deze zijn opgenomen in de Europese productnorm. Met de overeenkomst stopt ook de inbreukprocedure die de Europese Commissie had ingesteld tegen Duitsland.
“Met de regeling voor brandgedrag van bouwproducten hebben de deelstaten een gat gedicht in de bescherming ten aanzien van CE-gemarkeerde bouwproducten,” zo wil staatssecretaris Adler graag vastgesteld hebben. “Dit maakt de weg vrij om ook op andere terreinen het niveau van veiligheid in het bouwwerk en van tevens het milieu en de gezondheid op peil te houden. Ook al zijn we het geheel eens met de Europese Commissie dat de bescherming van burgers topprioriteit geniet, moet er ook met nadruk voor worden gezorgd dat de bestaande lacunes in de Europese normen worden gedicht.”
Het BMUB stelt dat de Duitse deelstaten op korte termijn in de reglementen van hun zogeheten ‘Technische Baubestimmungen’ aanwijzingen zullen opnemen over hoe het veronderstelde tekortschieten van de CE-markering door vrijwillige, aanvullende verklaringen met betrekking tot het bouwwerk tegemoet kan worden getreden. Tegelijkertijd kondigen de deelstaten een stappenplan aan, om de gaten in de standaardisering, samen met de Europese Commissie en de Europese normalisatie-instellingen, zo spoedig mogelijk te dichten. Het Europese Hof van Justitie bepaalde in 2014 dat Duitsland geen extra nationale eisen mocht opleggen aan bouwproducten die zijn voorzien van een Europees geharmoniseerde CE-norm.
(Vloerenplein, 16-08-2017)







De woonbranche sluit het tweede kwartaal af met een flinke plus van 8,2 procent, zo rapporteert INretail. Volgend op een plus van 4,5 procent in het eerste kwartaal, komt het voorbije halfjaar zo tot een positieve score van 6,8 procent. De branche, zo ziet ook INretail, profiteert van het grote aantal verhuisbewegingen en het hoge consumentenvertrouwen. Begin dit jaar voorspelde de brancheorganisatie overigens een omzetplus van 5 procent voor het lopende jaar als geheel.

De zaken lopen bepaald niet naar wens bij Armstrong Flooring en de gewenste ‘ommekeer’ laat nog altijd op zich wachten. Ook het tweede kwartaal is, in de eigen bewoordingen, “teleurstellend” verlopen, met vooral een achterblijvende vraag naar parketvloeren en vinyl op rol voor de residentiële markt. Tevreden is het Amerikaanse concern met de prestaties van het LVT. De gerapporteerde omzetdaling zet ook de winstgevendheid onder druk. In het kader van een stroomlijning wordt de sluiting van twee van de acht parketfabrieken in de VS aangekondigd.

Elastische vloeren nemen een steeds groter deel van de Amerikaanse vloerbedekkingmarkt voor hun rekening. In geld gemeten ligt hun aandeel in 2016 al op 15 procent, tegenover 13,3 procent in 2015. De groeiende acceptatie van het LVT van de nieuwe generatie voor zowel thuisgebruik als in projecten is daarvoor verantwoordelijk, zo bericht het vakblad Floor Covering Weekly op basis van statistische gegevens van onderzoeksbureau Catalina. Binnen de categorie LVT boeken de nieuwe waterdichte WPC-producten (‘wood plastic composite’) de meeste vooruitgang, evenals de ‘rigid core’-producten en de overige hybride producten met vinyl als hoofdbestanddeel.
De Federation of Master Builders (FMB), de grootste Britse brancheorganisatie voor bouwbedrijven in het MKB, luidt de noodklok over de uit de pan rijzende kosten voor grondstoffen, volgend op het Brexit-referendum van juni vorig jaar. Eerst en vooral timmerhout is fors in prijs gestegen.



Op 











De Amerikaanse vloerengroep Beaulieu Group LLC heeft vandaag een beroep gedaan op de Chapter 11-regeling, een vrijwillige procedure binnen de Amerikaanse faillissementswetgeving die enigszins overeenkomt met onze ‘surseance van betaling’ en hoofdzakelijk gericht is op het kunnen doorvoeren van een noodzakelijk geachte reorganisatie. Beaulieu America wil naar eigen zeggen zo zijn balans op orde brengen teneinde beter gepositioneerd te zijn voor de toekomst. Met de bestaande geldschieters is overeengekomen dat die het bedrijf blijven ondersteunen met een zogeheten ‘debtor-in-possession’-financiering, die zal worden gecombineerd met de kasstroom uit operationele activiteiten om een voortzetting van de bedrijfsvoering mogelijk te maken. "Beaulieu familieleden en onze raad van managers zijn van mening dat het nastreven van een herstructurering door middel van Chapter 11 de beste route voorwaarts is op dit moment,” aldus Michael Pollard, voorzitter van Beaulieu Group LLC. ‘Beaulieu of America’ begon in 1978 in Dalton (Georgia) en groeide onder de hoede van oprichters Carl en Mieke Bouckaert (oudste dochter van Beaulieu-grondlegger Roger De Clerck) uit tot vooraanstaand tapijtproducent, apart van het Beaulieu-concern aan deze kant van de oceaan.
Het op 13 juni jl. failliet verklaarde Arte Espina liep - ondanks zijn naamsbekendheid in de branche - al zeker tien jaar niet goed en leed structureel verlies. Zo heeft curator Bob van Brink als verklaring te horen gekregen van de directie van het bedrijf en vervolgens opgetekend in zijn openbaar faillissementsverslag van 5 juli.


De Britse tapijtmaker Brintons is van eigenaar veranderd. De Amerikaanse Carlyle Group verkoopt de in 1783 begonnen fabrikant aan landgenoot Argand Partners, een private-equitybedrijf. De waarde van de transactie, waarbij ook het senior management van Brintons is betrokken, is niet bekendgemaakt. De nieuwe eigenaar voelt zich naar eigen zeggen aangetrokken door de leidende marktpositie van Brintons op de wereldwijde markt voor luxe tapijt. De Carlyle Group kocht het bedrijf zes jaar geleden en zette zijn aanwinst - stevig reorganiserend - weer op de rails.