Bij de Geschillencommissie Wonen, die geschillen behandelt met ondernemers die deelnemen aan de Stichting Garantieregelingen CBW, waren vorig jaar 1111 (2016: 1124; 2015: 987) zaken in behandeling, waarvan 863 ingediend in het verslagjaar. Dit blijkt uit het zojuist verschenen Jaarverslag 2017 van de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken.
Van de 779 afgeronde zaken (tegenwoordig ‘eindproducten’ geheten) bij deze geschillencommissie werd ruim 57 procent onderling opgelost. Partijen kwamen 239 keer vroegtijdig in de procedure alsnog tot een oplossing. In 209 zaken bewoog een bemiddelingsdeskundige partijen alsnog tot een onderlinge oplossing. Afgelopen jaar werden overigens weer meer deskundigen opgeleid om te kunnen bemiddelen.
In 323 zaken deed de commissie een uitspraak. In bijna 44 procent kreeg de cliënt (deels) gelijk. Er waren vier zaken waarbij de partijen tijdens de zitting alsnog een schikking troffen. Gemiddeld duurde de behandeling van de ‘eindproducten’ op een week na drie maanden. Aan het eind van het verslagjaar stonden nog 216 zaken open. De commissie behandelt deze in 2018.
De geschillen die in 2017 zijn behandeld gingen onder meer over verkeerd geleverde producten, zoals douchedeuren en een badkamerspiegel. Maar ook over het gebruik van verkeerd kantenband in een kastenwand, het verkeerd inmeten van werkbladen voor een keuken, problemen met de bekleding van banken en stoelen, een keuken die in de verkeerde kleur is geleverd, een breuklijn in een PVC-vloer en bobbelend marmoleum.
Bij de Geschillencommissie Parket, die geschillen behandelt tussen consumenten en VPL-ondernemers, waren vorig jaar dertien zaken (2016: vijftien; 2015: veertien) in behandeling, waarvan tien ingediend in het verslagjaar.
Bij twee geschillen kwamen partijen alsnog tot een schikking dankzij een daartoe speciaal opgeleide deskundige. In zeven zaken deed de commissie een uitspraak. In vier zaken kreeg de cliënt (deels) gelijk, in drie zaken ongelijk. Twee zaken stonden eind 2017 nog open. De commissie zal beide in 2018 behandelen.
De geschillen van vorig jaar gingen over gaten en haarscheuren in de toplaag van het parket, vlekken onder de laklaag, het onthechten van de vloer, het loslaten van de laklaag en het niet volgens afspraak leggen van een vloer.
Carolien Pietjouw, directeur van De Geschillencommissie, schrijft in haar voorwoord bij het jaarverslag dat haar organisatie bezig is te veranderen van ‘uitsluitend geschilbeslechtend' naar ‘oplossingsgericht’. Met die laatste ontwikkeling loopt De Geschillencommissie wat haar betreft vooruit op de plannen van het kabinet, dat vaststelt dat alledaagse problemen zich lastig laten oplossen in de complexe wereld van de formele procedures. Buurtrechters, lagere griffiekosten en de uitbreiding naar mediation zouden hierop een antwoord moeten zijn.
“Lovenswaardige experimenten,” zo reageert Pietjouw, “ware het niet dat er al 48 jaar zo’n laagdrempelig, effectief en gezaghebbend alternatief is: De Geschillencommissie. Het is voor mij dan ook een raadsel waarom de minister enerzijds iets nieuws wil optuigen, en anderzijds – door substantiële verlaging van de subsidie – ons goed werkend systeem in gevaar brengt, waarbij het bedrijfsleven overigens al 80 procent van de kosten van De Geschillencommissie voor haar rekening neemt.”
De directeur wijst er ook op dat het kabinet zo de Europese verplichting voor alternatieve geschillenbeslechting, die grotendeels door De Geschillencommissie wordt ingevuld, onder druk zet. “Diezelfde overheid beseft niet dat de overheidsbijdrage altijd nodig zal zijn om het tripartiete karakter in stand te houden en zo de onafhankelijkheid van De Geschillencommissie te waarborgen opdat consumenten, patiënten en ondernemers vertrouwen in ons blijven houden,” zo besluit Pietjouw.
(Vloerenplein, 25-05-2018)