EPLF weegt zijn kansen in China
![]() |
![]() |
Chinese markt ontwikkelt beetje bij beetje ook een voorkeur voor lange plankformaten (foto: Meisterwerke) |
De Europese laminaatmakersvereniging EPLF ziet groeiend potentieel voor de afzet van in Europa vervaardigde laminaatvloeren in het ‘high end’-segment van de Chinese vloerenmarkt. De gigantische Chinese markt was twee jaar geleden goed voor 3,9 miljard vierkante meter verkochte vloeren, volgens door de EPLF aangehaalde berekeningen van marktonderzoeksbureau Catalina Research. Driekwart daarvan betrof tegels, gevolgd door tapijt en karpetten (9 procent), elastische vloeren (5 procent), laminaat (4 procent), massieve houten vloeren en bamboe (4 procent) en steen (3 procent). De hoeveelheid in China verkocht laminaat bedroeg 156 miljoen vierkante meter in 2011. Daarbij mag aangetekend worden dat het marktaandeel van houten vloerbedekkingen volgens Catalina Research in de lift zit. Bovendien wordt geraamd, als gevolg van de verwachte groei van de stedelijke bevolking tussen nu en 2025, dat de vraag naar nieuwe vloeren jaarlijks met ruwweg 150 tot 175 miljoen vierkante meter zal toenemen.
De EPLF denkt dat Europese fabrikanten in staat zijn om veel terrein terug te winnen in China. De vereniging memoreert dat China enkele jaren geleden zelf laminaatvloeren ging vervaardigen, waardoor de importmarkt voor EPLF-leden instortte. In 2012 kon echter weer iets van een kentering worden waargenomen. Vorig jaar kwam de invoer van EPLF-laminaatvloeren in China en Hong Kong weer boven de 3 miljoen vierkante meter uit, na een terugval tot 2,3 miljoen een jaar eerder. De EPLF noemt dat een gunstig teken, zeker in het licht van het feit dat China dat jaar ‘s wereld grootste producent van laminaat was geworden. EPLF-leden als Pergo, Skema en Unilin zijn al actief op de Chinese markt en naar verwachting van de vereniging zullen andere leden snel volgen. Volkmar Halbe, voorzitter van de commissie Markt & Imago binnen de EPLF verwacht veel van de nieuwe markten in het Verre Oosten: “Onze nieuwe slogan, 'Quality and Innovation made in Europe', vat de unique selling points samen waarmee EPLF-leden hun gecertificeerde producten kunnen promoten in China. Het is belangrijk dat de Europese producenten zich ondubbelzinnig in het premium segment positioneren. Chinese klanten willen een stukje van de 'westerse' leefstijl - dit is uitstekend nieuws voor de in Europa gemaakte producten.”
In dit verband wijst de Italiaanse fabrikant Skema op de belangrijke rol die de veelal Westers geörienteerde interieurontwerpers spelen bij de vloerkeuze voor zakelijke gebouwen en vermogende particuliere klanten. Wat de EPLF verder zoal heeft geleerd is dat de Chinese vloerenmarkt specifieke culturele kenmerken bezit die lastig uitpakken voor buitenstaanders. Zo is China niet een ‘doe het zelf’-markt, maar een ‘doe het voor mij’-markt. In een land met een traditie van goedkope rondtrekkende arbeidskrachten, zouden maar weinig klanten uit de middenklasse ooit overwegen om hun eigen vloer te leggen. Laminaatvloeren worden gezien als bouwmateriaal, in plaats van een decoratief product voor in huis. Chinese fabrikanten verkopen hun producten normaliter via hun eigen winkels en bieden tevens een legservice. Deze verkooppunten zijn of winkels met een specialisatie in vloeren of merken-showrooms in winkelcentra en malls, met een breed aanbod van bouwproducten. Er zijn geen inkoopverenigingen van onafhankelijke vloerenverkopers in China. Sommige Europese vloerenfabrikanten werken samen met gevestigde, exclusieve agenten, zoals HiStep Healthy Living Ltd., die fabrikanten-showrooms in in bouwproducten gespecialiseerde winkelcentra en malls bedient. Nog een opkomend verschijnsel op de Chinese vloerenmarkt betreft centra voor interieurinrichting, waar een team van designers de klant bijstaat in het ontwerp van zijn woning tegen een vaste prijs per vierkante meter.
Tenslotte voorziet de EPLF dat e-commerce meer bepalend wordt in het gedrag van de Chinese consument. Online winkelen neemt aanzienlijk toe en jonge, goed opgeleide Chinezen zijn inmiddels regelmatige gebruikers van het internet. De gemiddelde consument in China's nieuwe, welvarende middenklasse woont in een van de welvarende steden met een miljoen of meer inwoners, veelal gelegen aan de kust in het oosten en zuid-oosten. Naast Shanghai, Beijing en Guangzhou zijn er tal van andere metropolen waar verscheidene miljoenen mensen huizen. Kopers in deze hoge-inkomensgroep zijn tussen de 21 en 40 jaar oud, daarmee zo’n 20 jaar jonger dan vergelijkbare doelgroepen in de VS. Voor buitenlandse fabrikanten blijkt het internet al een uiterst nuttig kanaal voor het verstrekken van informatie over hun producten aan potentiële klanten in geheel China, zo besluit de EPLF met iets van gulzigheid.
(Vloerenplein, 16-08-2013)










De leden van de Europese laminaatmakersvereniging EPLF plakken voortaan een nieuw en ‘onderscheidend’ logo op hun vloeren. Het logo is voorzien van de slogan ‘Quality and Innovation made in Europe’. “Wat er op staat, zit er ook in,” aldus formuleert EPLF-bestuurder Volkmar Halbe kort en krachtig wat de koper van een dergelijke product in handen krijgt. De slogan is vooral bedoeld voor gebruik op de steeds belangrijker wordende exportmarkten buiten Europa. Op talrijke buitenlandse markten zegt de EPLF steeds meer producten aan te treffen, hoofdzakelijk van Chinese origine, die gebruiksklassen conform de norm EN-13329 suggereren, maar bij nader onderzoek daarvan ver verwijderd blijken te zijn. Halbe: “Goedkope vervalsingen brengen de reputatie van de laminaatvloer in het algemeen in gevaar. Wij kunnen en zullen dat niet toestaan. De EPLF gaat in het offensief tegen etikettenzwendel. We hopen tevens dat het nieuwe logo ondersteuning zal bieden aan juridische maatregelen die onze leden treffen in geval van misleidende labeling door derden.” Afgelopen juni zei de EPLF met name Rusland op het oog te hebben voor zijn ‘kwaliteitscampagne’, aangezien die markt, in de woorden van de vereniging, momenteel wordt ‘overspoeld’ met Chinese massagoederen. China was in 2012 met een aandeel van 28 procent voor het eerst de grootste afzonderlijke laminaatproducent, vóór Duitsland met 27 procent. (Zie ook Nieuws van 19-06-2013).
Non-foodwinkels hebben in het voorbije tweede kwartaal 3,4 procent omzet ingeleverd ten opzichte van vorig jaar, bij een volumekrimp van 5,1 procent. Volgens het CBS betreft dit de kleinste omzetkrimp in een jaar tijd, al moet daarbij worden aangetekend dat de non-foodwinkels nu voor het negende kwartaal op rij een omzetdaling noteren. Winkels in woninginrichtingartikelen (meubels, woningtextiel, verlichtingsartikelen en vloerbedekking) geven in het tweede kwartaal 6,2 procent omzet prijs, iets minder dan de 8,2 procent teruggang in het eerste kwartaal. De winkels in consumentenelektronica boeken met minus 11,0 procent de grootste omzetdaling van de afgelopen vier jaar en sluiten de laatste maand van dit kwartaal zelfs af met een verlies van 16,0 procent. De non-food als geheel verspeelt 5,7 procent omzet in de maand juni. De woninginrichters blijven met minus 9,8 procent net onder de dubbele rode cijfers. Over het eerste halfjaar staan zij nu 7,2 procent in de min. De omzetten van de postorderbedrijven en internetwinkels groeien in het tweede kwartaal met 11,1 procent. De via internet geboekte omzet van 'reguliere' winkels is hierin overigens niet meegenomen.


De spreidingscijfers achter het branchegemiddelde tonen dat het overgrote deel van de ondernemers (67 procent) zich, net als in het eerste kwartaal, na een halfjaar in de min bevindt. Een derde deel van de ondernemers is er dus in geslaagd om een gelijke of hogere omzet te realiseren. Tussen de segmenten zijn evenwel duidelijke verschillen zichtbaar. Zo slaagde binnen het segment meubelzaken en keukenzaken 48 procent erin om het omzetniveau van de eerste helft van 2012 ten minste te evenaren. Bij de woningtextielzaken ligt dit percentage duidelijk lager, want slechts 17 procent staat niet op achterstand. Bij het segment slapen zijn het vooral de ondernemers in het oosten en de spelers in het lagere prijssegment die het zwaarder hebben. Van de kurk- en parketzaken boekte 45 procent een gelijke of gestegen omzet.
Het Nederlandse chemieconcern AkzoNobel heeft gisteren bekendgemaakt een bindend bod te hebben ontvangen van het Zwitserse Sika AG voor de aankoop van het bedrijfsonderdeel ‘Building Adhesives’, ter waarde van 260 miljoen euro. Building Adhesives boekte in 2012 een omzet van 185 miljoen euro. De afronding van de verkoop wordt verwacht in het vierde kwartaal van dit jaar, na de reguliere consultatie met de medezeggenschapsraden. Hierna zullen alle circa 550 medewerkers, het product- en merkenportfolio en de twee productielocaties van Building Adhesives in Rosendahl (Duitsland) en Damville (Frankrijk) over gaan naarSika AG.
De Duitse vakpers meldt met enig enthousiasme de terugkeer van 'Traditionsmarke' Enia. Het voormalige tapijtmerk is recentelijk in handen gekomen van de Zwitserse onderneming Enia Flooring International AG (www.enia-flooring.com). Het als 'hoogwaardig' en 'duurzaam' omschreven assortiment zal zich evenwel niet beperken tot tapijt, maar omvat ook kurk- en LVT-vloeren en voorziet in de toekomst ook uitbreiding naar parket en laminaat. Enia Flooring fungeert uitsluitend als handelshuis, zijn onder het Enia-merk verkochte producten voor particulier en project worden elders vervaardigd. Achter de terugkeer van de merknaam Enia zit de eveneens Zwitserse firma Profloor, specialist in gereedschap en toebehoren voor vloerenleggers, die overigens apart van de vloerenaanbieder blijft opereren. In januari 2014 neemt het klaarblijkelijk ambitieuze Enia Flooring International deel aan de vakbeurzen Domotex (Duitsland), Casa (Oostenrijk) en Surfaces (USA) en een jaar later aan BAU (Duitsland) en Suissefloor (Zwitserland). Het 'oude', oorspronkelijk uit de Forbo-groep afkomstige, Enia Carpets ging ruim drie jaar geleden ter ziele, de Desso-groep kocht daaropvolgend in ons land de winstgevende activiteiten van Enia Carpet NL Holding BV. De pay-off bij de merknaam is overigens ook identiek aan vroeger: 'room for inspiration'.
Het European Resilient Flooring Manufacturers' Institute (ERFMI) heeft op zijn website een bijgewerkte tool geplaatst waarmee milieuproductverklaringen (EPD's) voor negen elastische productcategorieën kunnen worden berekend. Volgend op de eerste versie van Life Cycle Assessment-onderzoeken uit 2008, stoelt de nieuwe online EPD-calculator (www.erfmi.com) op volledig bijgewerkte gegevens. In samenwerking met www.pe-international.com is de reeks EPD's ontwikkeld. Het doel was om gegevens te verzamelen voor een Europabreed Life Cycle Assessment die door een derde partij is gecertificeerd en transparant is ten aanzien van de weergave van de milieu-impact van alle relevante elastische vloercategorieën tijdens de gehele levenscyclus van het product, met betrekking dus tot productie, installatie, verwijdering en onderhoud. De EPD-calculator op de website van de ERFMI vraagt van de gebruiker een beschrijving van zijn project, de verwachte levensduur en de gewenste vloerbedekking. Met deze informatie genereert de EPD-calculator binnen enkele tellen een gedetailleerde EPD met alle noodzakelijke gegevens om de milieu-impact van het vloerbedekkingsmateriaal te beoordelen, met inbegrip van toxiteit, tijdens de gehele levensduur. ERFMI is opgericht om de belangen van de producenten van elastische vloeren te vertegenwoordigen in het naar eigen zeggen waarborgen van de handhaving van hoge ethische normen binnen de industrie. De leden zijn Altro Group, Amorim Revestimentos, Amtico International, Armstrong DLW, Beauflor, Forbo International, Gerflor, IVC, Artigo-Mondo Group, Nora Systems, Polyflor, Tarkett en Upofloor.
Over ruim drie maanden staat de achtste editie van Domotex Middle East op de rol, voor de tweede maal in de Turkse metropool Istanbul. Organisator Hannover Messe International Istanbul mocht kort geleden vaststellen dat tal van Turkse en buitenlandse ondernemingen uit de vloerenbranche hun komst al haddden aangekondigd, waaronder Peli Parquet, Tugra Hali, Neuhofer Holz en M. A. Trading. De beurs staat gepland in het Istanbul Expo Center van 7 tot en met 10 november en de doelgroep bestaat in eerste instantie uit bezoekers uit Turkije en het Midden-Oosten. “Met een verwachte groei van bijna vier procent komend jaar, blijft Turkije op koers voor groei. Daarmee bevestigt het land zijn positie als een van de twintig meest dynamische economische centra ter wereld,” aldus Martin Folkerts, directeur Global Fairs bij Deutsche Messe Hannover. “Voor Turkse inkopers, maar ook voor ondernemers uit het Midden-Oosten, is Istanbul gemakkelijk te bereiken. Domotex Middle East biedt binnen- en buitenlandse bedrijven de beste zakelijke mogelijkheden en we verheugen ons op een levendige belangstelling uit de branche.”
De Norddeutsche Teppichfabrik (merknaam ‘Nordpfeil’) heeft zich eergisteren, niet geheel onverwacht, toch nog aangemeld voor een insolventieprocedure. Ondanks hoge vermogenswaarden, is momenteel onvoldoende liquiditeit beschikbaar, zo deelt de fabrikant mee. Bij de insolvente tapijtmaker werken circa 280 mensen. Een veelomvattend herstructurerings- en financieringsconcept is inmiddels voorhanden en voorziet, behalve in besparingen en het inkrimpen van het personeelsbestand, evenzo in omvangrijke investeringen. Het was overigens de bedoeling (Zie Nieuws van 31-07-2013) om dit concept voor te leggen aan de huisbank en de ondernemingsraad, maar zover is het klaarblijkelijk niet meer gekomen. De sinds 1951 bestaande producent hoopt dat een sanering, onder de hoede van een nog te benoemen curator, bijdraagt aan het behoud van zoveel mogelijk banen en van het sterke merk Nordfeil. In de Duitse pers circuleren nog geen namen van partijen die mogelijk kapitaal in de noodlijdende onderneming willen steken, voorzover die er überhaupt zijn. Alle activiteiten draaien momenteel in ieder geval ongewijzigd door.
Het Amerikaanse vloerenconcern Mohawk Industries heeft in het voorbije tweede kwartaal voor 2,0 miljard dollar aan omzet geboekt. Dit is een verbetering van zowat een derde ten opzichte van de 1,5 miljard dollar vorig jaar. CEO Jeffrey S. Lorberbaum spreekt van “het meest succesvolle tweede kwartaal ooit voor ‘s werelds grootste vloerenfabrikant”, met een krachtige groei van de verkopen en de winst, waarbij zowel de bestaande bedrijfsonderdelen als de aankopen gedegen prestaties leverden, die zelfs boven de verwachting van het bedrijf uitkwamen. De bestaande activiteiten waren goed voor 6 procent omzetgroei in het tweede kwartaal, de recente acquisities Pergo (laminaatvloeren), Marazzi (keramische vloeren) en Spano (spaanplaten) zorgden voor de hoofdmoot van de hogere verkopen.
Het tapijtsegment binnen de groep verkocht 5 procent meer dan vorig jaar in het tweede kwartaal, tot aan 771 miljoen dollar, een niveau dat voor het laatst vier jaar geleden werd bereikt. Mohawk schrijft de verbetering toe aan meer bouw- en renovatieactiviteiten op de residentiële markt en de aanhoudend goede zakelijke markt. Het segment ‘laminaat en hout’ (voorheen het Unilin-segment geheten) zette netto 471 miljoen dollar om in het voorbije kwartaal, 33 procent meer dan vorig jaar, met name door de overnames van Pergo en Spano. De bestaande bedrijfsonderdelen deden het qua verkopen beter in Noord-Amerika en licht minder in Europa, waar bovendien de marges volgens het concern onder druk staan. De operationele winst van het segment ‘laminaat en hout’ ligt in het tweede kwartaal op 41,4 miljoen dollar (een plus van slechts 1,9 procent).
De divisie Retail Products van het Egger-concern, die hoofdzakelijk laminaatvloeren produceert en op de markt (handel en dhz) brengt, heeft in het tot 30 april lopende boekjaar 2012/2013 een omzet behaald van 369,8 miljoen euro. Dit is een verbetering van 6 procent ten opzichte van vorig jaar. De toename is volgens de houtverwerkende groep met name te danken aan de markten van Turkije, Frankrijk en Rusland. De winstontwikkeling van de vloerendivisie werd naar eigen zeggen opnieuw gekenmerkt door ‘hoge’ overcapaciteiten in de productie en de daaruit voortvloeiende ‘zeer hoge’ prijsdruk. De ontwikkeling in het boekjaar 2012/2013 wordt, volgend op een jaar met ‘zeer lastige’ marktomstandigheden, qua volume weer ‘duidelijk beter’ genoemd, maar blijft niettemin onder de verwachting van het concern. Het EBITDA van de divisie verbeterde zich van 20,0 naar 27,5 miljoen euro. De in de voorbije jaren gestegen kosten voor grondstoffen konden niet in voldoende mate aan de markt worden doorgegeven, aldus een toelichting. Het in St. Johann in Tirol gevestigde concern als geheel wist 11 procent meer om te zetten en nam voor het eerst de horde van 2 miljard, met een totaalomzet van 2,18 miljard euro.


De MultiBuddy gaat deze zomer de markt op, ook internationaal. Uitvinder en tegelzetter Twan Geelen bedacht hem toen hij op een dag terugkwam van een bezoek aan de fysiotherapeut, wegens rugklachten. De MultiBuddy is een stabiele kunststofgreep met verwisselbare afsteunpootjes die wordt gebruikt om in het lijmbed te kunnen afsteunen, zonder vieze handen te krijgen of het lijmbed te verstoren. FNV Bouw beloonde de vinding eind vorig jaar met de Arboprijs omdat die de fysieke belasting en lichamelijke risico's van het werk aantoonbaar verkleint. Niet alleen voor tegelzetters zoals Geelen zelf, maar ook voor parketleggers, siergrindvloerleggers en stoffeerders. Geelen kreeg tienduizend euro om zijn vinding verder in de markt te zetten. Het bedrijf Verhoeven Tools & Safety (www.verhoeventoolssafety.nl) zal de MultiBuddy nu toevoegen aan zijn Super Prof-assortiment. Vicevoorzitter van FNV Bouw Charley Ramdas noemt de marktgang van de MultiBuddy goed nieuws. "Vooral voor de mensen die Twan Geelen met zijn uitvinding helpt. Die elke dag opnieuw vloeren of vloerbedekking leggen in soms onmogelijke posities.” De volgende Arboprijs wordt in 2014 uitgereikt.
Het tapijttegelconcern Interface heeft wereldwijd 243,5 miljoen dollar (circa 184 miljoen euro) omgezet in het voorbije tweede kwartaal, te weten 6,1 procent meer dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar. In Amerika wist Interface zelfs 11,6 procent meer te verkopen in deze periode, met een bijna evengrote plus voor de sector van de zakelijke kantorenmarkt. De omzet in de regio Azië-Pacific dikte met 4,1 procent aan, niet in het minst dankzij Zuid-Oost-Azië en China. Terwijl Europa wel een bescheiden verbetering liet zien ten opzichte van het eerste kwartaal, lag de dollaromzet vergeleken met het tweede kwartaal vorig jaar 3,2 procent lager, of 5,3 procent in lokale munten. De terugval vond hoofdzakelijk in het Verenigd Koninkrijk plaats, de voor Interface grootste markt in de Europese regio. Opkomende markten in Oost-Europa, Rusland en India boekten stevige vooruitgang. “In Europa zagen we een bescheiden omzetverbetering vergeleken met het voorafgaande eerste kwartaal en de regio blijft zijn winstgevendheid vasthouden, daarmee beter presterend dan de sector als geheel, in een uitdagende economie en zakelijke omgeving,” aldus Daniel T. Hendrix, voorzitter en CEO. Het bedrijfsresultaat van Intercae bedroeg 21,8 miljoen dollar in het tweede kwartaal.
De organisator van vakbeurs Domotex lanceert op de editie 2014 in Hannover het concept Innovations@Domotex. Zoals de naam al doet vermoeden, worden daarmee noviteiten voor het voetlicht gebracht en krijgen de exposanten, als het goed is, niet alleen meer waar voor hun geld maar worden ook nieuwe doelgroepen aangeboord. De productinnovaties betreffen tapijt, vloerkleden, elastische vloeren en parket en laminaat. De bezoeker wordt vooraf al terdege van een en ander op de hoogte gebracht en op de beurs zelf doelgericht gestuurd middels een papieren gids (‘Guide’) met de door een panel van deskundigen geselecteerde innovaties. In de communicatie rond het nieuwe concept is voorts een belangrijke rol weggelegd voor de publieks- en vakmedia, ook na afloop van de beurs. In de hallen 6 (tapijt en elastisch), 9 (parket, laminaat en outdoor) en 17 (handgeknoopte vloerkleden) worden speciale zones ingericht die fungeren als ‘trefpunt’ en waar de bezoekers een beknopt overzicht krijgen voorgeschoteld van de nieuwste producten in het aanbod. In hal 9 zal Innovations@Domotex worden geïntegreerd in de Wood Flooring Summit.
De Duitse projecttapijtfabrikant Object Carpet is er voor het eerst in geslaagd om in eigen land de sprong te maken naar de top 50 van luxe-ondernemingen. Object Carpet staat op het door Ernst & Young, de Munich Business School en het INLUX Institut für Luxus opgestelde ‘Luxury Business Report 2013’ op plaats 41 en hoeft geen enkele andere projecttapijtmaker in zijn nabijheid te dulden. Wel luxe-merken als Leica Camera, Montblanc, Porsche, Daimler en Hugo Boss. De opstellers van de ranglijst nemen voor hun onderzoek elk jaar zowel ‘harde’ criteria in ogenschouw, waaronder exclusiviteit en omzetgrootte, internationaliteit en duurzaamheid, alsook ‘zachte’ criteria als merkimago, te beoordelen door een deskundige jury. Hierbij spelen met name kwaliteit, innovatief vermogen, aantrekkelijkheid en emotionele gehechtheid aan het merk een belangrijke rol. Voor algemeen directeur Daniel Butz van Object Carpet is de eervolle vermelding in ieder geval een ‘aansporing’ om verder te gaan op de ingeslagen weg. De sjieke vloerkleden van Jan Kath zijn overigens opgerukt van plaats 21 vorig jaar naar thans positie 13.
De Britse vloerenketen Carpetright heeft in zijn tot en met vorige week lopende eerste kwartaal weer omzet moeten inleveren op het vasteland van Europa. Mei en juni verliepen daarentegen voorspoedig op zijn Britse thuismarkt, maar de hete maand juli gooide daar weer roet in het eten. De langer dan een jaar geopende winkels in de rest van Europa (Nederland, België en Ierland) boekten een omzetterugval van 10,6 procent. De hoofdoorzaak van deze tegenvallende prestatie ligt volgens de Britten bij de aanhoudende zwakte van de Nederlandse economie. De ‘like-for-like’-omzet van het kernwinkelbestand op de Britse thuismarkt daalde met 1,0 procent, na nog ‘gedegen groei’ in de maanden mei en juni. In de warme maand juli ‘lekte’ echter flink wat omzet weg naar elders in de Britse economie.
De Spaanse laminaatfabrikant Faus, onderdeel van het Finsa-concern, is in liquidatie gegaan, om zodoende zijn toekomst veilig te kunnen stellen via een verkoop aan private equity-investeerders. Afgelopen mei schreef Finsa op zijn website al dat de Faus-bedrijven (Industrias Auxiliares Faus en Andres Faus) de sinds februari 2012 van toepassing zijnde ‘concurso’-procedure zouden beëindigen. Talrijke investeerders zouden hun belangstelling voor de onderneming in de tussentijd kenbaar hebben gemaakt, aldus Finsa. Als gevolg hiervan hebben juridische autoriteiten die belast zijn met de faillissementsprocedure, in samenspraak met de schuldeisende banken, bestaande aandeelhouders en nieuwe investeerders, een voorlopig akkoord gesloten volgens welke alle activiteiten van Industrias Auxiliares Faus worden gegund aan de nieuwe eigenaren via de overdracht van de productie-eenheid, met inbegrip van de productie-activiteiten, faciliteiten, octrooien, merken en al het menselijk kapitaal dat momenteel werkzaam is bij de Faus-fabriek, aldus Finsa. Het proces van liquidatie van het huidige Industrias Auxiliares Faus en Andres Faus dient vervolgens te leiden tot de oprichting van een nieuwe onderneming die alle huidige activiteiten ongewijzigd en zonder oponthoud zal voortzetten. Volgens de Spaanse pers werken er momenteel nog zo’n 210 mensen bij Faus in Gandia. Vóór de crisis bood de producent nog werk aan ruim 1300 mensen. Afgelopen jaar bleek de producent voor zeker 120 miljoen euro aan schulden te hebben opgebouwd. Faus heeft overigens een dochterbedrijf in de USA, met inbegrip van een fabriek in de staat Georgia. Ook daarvoor zijn naar verluidt gegadigden.
Bedrijven in de mode-, interieur-, tapijt- en textielindustrie (MITT) ondervinden negatieve effecten van de aanhoudende economische malaise. Bij een op de drie bedrijven daalde de omzet in 2012 ten opzichte van 2011. Voor 2013 verwacht 29 procent dat de omzet (verder) zal dalen. Parallel aan de omzet daalde ook de werkgelegenheid in 2012 (-4,2 procent). Dit en meer blijkt uit de onlangs verschenen sectorale ‘Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2013/2014’ voor de mode-, interieur-, tapijt- en textielindustrie (MITT), opgesteld door het Kenniscentrum Handel (KCH).
De vereniging van Europese laminaatfabrikanten EPLF heeft een nieuwe factsheet met informatie ten aanzien van onder laminaatvloeren te gebruiken materialen opgesteld. Hij beschrijft de testmethoden van de nieuwe technische specificatie voor ondervloermaterialen CEN/TS16354 en geeft instructies en hulp bij de juiste keuze van ondervloeren onder laminaat in verschillende toepassingen. De factsheet gaat in op vragen als waar men op moet letten bij het plaatsen op vloerverwarming of -koeling, over welke eigenschappen een ondervloer dient te beschikken in verband met uiteenlopende belastingen en hoe hoog de geluidsdemping van een ondervloer minimaal moet zijn. Theo Smet, van de werkgroep Techniek binnen de EPLF, hoopt op een zo ruim mogelijke verspreiding van de factsheet, niet in het minst om het aantal klachten van eindverbruikers te verminderen. De Duitse titel is 'Unterlagsmaterialien unter Laminatfußbodenelementen - Prüfnormen und Kennzahlen'. De publicatie is ook in het Engels verkrijgbaar. Hij is beschikbaar als PDF-bestand en gratis te downloaden vanaf www.eplf.com (bij 'Infomaterial' onder de button 'Infos Laminat').
