Cotap brengt Ambiant Entreematten
Cotap introduceert de collectie Ambiant Entreematten. “Juist nu de temperatuur daalt en de echte winter voor de deur lijkt te staan,” zo verkondigt de groothandel met een goed gevoel voor timing. “Sneeuw, ijs en vuil zijn voor deze matten geen probleem, want alle matten doen precies waarvoor ze gemaakt zijn: vuil en vocht absorberen.” De collectie bestaat uit zes stevige schoonloopmatten van polyamide en een droogloopmat van katoen, in bij elkaar een zevental modieuze kleuren. Alle matten zijn verkrijgbaar op 130 en 200 cm breed, inclusief 2,5 cm stootrand. De kwaliteit Entrance is ook leverbaar in 60 x 80 cm en 80 x 120 cm. De matten zijn vochtabsorberend, slijtvast, en kenmerken zich volgens de aanbieder door een ‘optimale’ vuilopname en een ‘aantrekkelijke’ prijs. Het grootste verschil tussen de kwaliteiten zit in de vochtopname en het daarmee gepaard gaande gewicht.
Cotap is ervan overtuigd zich met de nieuwe mattencollectie te onderscheiden van het huidige aanbod door de kleurstelling. Het aanbod van de collectie is immers gebaseerd op en samengesteld uit de beste kleuren van zijn productgroepen PVC Stroken, Laminaat, Vinyl, Parket en Tapijt, waardoor voor de eindgebruiker gewenste combinaties van vloer en mat mogelijk zijn. Voor de nieuwe collectie is tevens een fraaie en compacte display ontwikkeld. Achterop de bunches is de technische informatie weergegeven. Met deze uitbreiding verbreedt Cotap het assortiment nu tot acht productgroepen. Behalve het hierboven genoemde vijftal, betreft dit Ambiant Karpetten en Accessoires en nu dus ook Entreematten. “Het past in de filosofie van Cotap om zich te presenteren als totale vloerenaanbieder en daarmee dealers de mogelijkheid te bieden zich meer te concentreren op een beperkter aantal leveranciers voor het vloerenaanbod in hun winkel,” aldus een toelichting van de Genemuider groothandel tot besluit.
(Vloerenplein, 10-01-2014)








Edel Group brengt op de komende Domotex in Hannover het product Ceneva, door de Genemuider tapijtproducent voorgesteld als ’s werelds eerste tapijtbacking zonder styreen-butadieen. In plaats daarvan wordt vinylacetaat-ethyleen (VAE) gebruikt. Edel Group legt uit dat traditionele tapijtbacking een latex op basis van styreen-butadieen rubber (SBR) bevat. “Jarenlang was SBR ongeëvenaard, maar sinds enkele jaren loopt een discussie omtrent mogelijke gezondheidsrisico’s,” aldus de fabrikant, die om deze reden zegt besloten te hebben om Ceneva te ontwikkelen. “De voordelen van VAE ten opzichte van SBR zijn onder andere lagere emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) en een geurloos tapijt,” zo somt de aanbieder op. “Een ander voordeel van het gebruik van VAE is de gereduceerde ontvlambaarheid waardoor Ceneva-backing zeer geschikt is voor commerciële locaties zoals hotels en kantoorgebouwen waar brandveiligheid een hoge prioriteit is.” De alternatieve backing wordt voorts flexibeler genoemd en van een constantere kwaliteit. Edel Group is naar eigen zeggen ’s werelds eerste tapijtproducent die volledig is overgeschakeld op het gebruik van VAE voor het backen van tapijt. Vanaf 2014 is Ceneva-backing dan ook de standaard voor alle tapijten van Edel Group en Edel Telenzo.
Shaw Industries kondigt deze week aan afscheid te gaan nemen van zijn karpettendivisie, Shaw Living Rug. Het Amerikaanse concern zal ruim 100 miljoen dollar investeren in het ombouwen van zijn huidige vloerkledenfaciliteit in Ringgold (Georgia) tot een LVT-fabriek, waarmee tevens 200 nieuwe banen worden geschapen. Die operatie zal volgens CEO Vance Bell de komende maanden plaatsvinden. De productie van LVT-vloeren wordt dan in het tweede kwartaal van 2015 opgestart. “De economische gang van zaken in de vloerkledenhandel biedt vandaag de dag eenvoudigweg geen mogelijkheden voor toekomstige groei,” zo stelt de CEO, die verwijst naar de concurrentie op wereldschaal, de nodige fragmentatie in het productaanbod en een sterke concentratie in het retailkanaal. LVT is momenteel het snelst groeiende vloerensegment in Noord-Amerika. Shaw is al drie jaar actief op deze markt, maar heeft de productie tot nu toe uitbesteed. Eind 2010 had Shaw alle activiteiten van zijn karpettendivisie, goed voor zo’n twee procent van de concernomzet, geconcentreerd in de vestiging in Ringgold, om de doelmatigheid van de operaties te verhogen. Recentelijk heeft Shaw ook al 250 miljoen dollar gestoken in uitbreidingen op het terrein van tapijttegels, houten vloeren, garenextrusie en distributie.



Vrijwel alle verplichte heffingen die ondernemers moeten betalen aan de product- en bedrijfschappen (PBO) verdwijnen per 1 januari 2014. Dit betekent volgens het ministerie van Economische Zaken een lastenverlichting van circa 220 miljoen euro voor bedrijven. Het kabinet bereidt voor komend voorjaar een wetsvoorstel voor dat er voor moet zorgen dat de taken van algemeen belang uitgevoerd blijven worden. Product- en bedrijfschappen voerden tot nu toe immers allerlei taken uit, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven. Publieke taken zijn bijvoorbeeld het bevorderen van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn en voedselveiligheid. Voor het uitvoeren van deze taken vroegen de product- en bedrijfschappen een bijdrage van ondernemers. Dat gaat nu veranderen: de verplichte heffing wordt afgeschaft, de overheid neemt de publieke taken over en taken voor het bedrijfsleven worden op eigen rekening en op basis van vrijwilligheid uitgevoerd. Dan gaat het bijvoorbeeld om voorlichting en promotie.









Het wereldwijd actieve vloerenconcern Mohawk (met merken als Quick-Step, Pergo en SmartStrand) is van plan om een fabriek voor LVT-vloeren neer te zetten op zijn thuismarkt, de Verenigde Staten. Dit na voltooiing van een dergelijke fabriek in Europa. CEO Jeffrey Lorberbaum deed de aankondiging van het project onlangs op een bijeenkomst voor klanten en relaties, zo bericht vakmedium Floordaily. Een tijdsplanning of locatie gaf hij niet aan. Begin vorige maand liet Mohawk wel al weten dat zijn nieuwe LVT-productielijn aan onze kant van de Atlantische Oceaan, in Wielsbeke bij onze zuiderburen, tegen het einde van 2014 operationeel zal zijn en goed wordt voor bij benadering 100 miljoen dollar aan omzet. De Amerikaanse klanten van Mohawk kregen verder de prettige voorspelling van de CEO voorgeschoteld dat de groei van de vloerenbranche in hun land die van de economie als geheel wel eens met 2 tot 3 procent zou kunnen overtreffen komend jaar.





WoonWerk heeft afgelopen zomer een onderzoek uitgevoerd onder werkgevers en werknemers in de woonbranche naar de ervaringen met het veranderende gedrag van de consument. De belangrijkste conclusies: ruim de helft van de werknemers (55 procent) en een meerderheid van de werkgevers (68 procent) ziet bedreigingen in de recente ontwikkelingen bij de consument. Een grotere groep (80 procent van de werkgevers en 64 procent van de werknemers) ziet vooral kansen. WoonWerk belicht in een persbericht een aantal uitkomsten.
De omzet van non-foodwinkels ligt afgelopen oktober ruim 3 procent lager dan vorig jaar, zo meldt het CBS. Het volume krimpt bijna 3 procent, de prijzen zijn iets lager dan een jaar geleden. Dit komt deels doordat een einde is gekomen aan het prijsverhogende effect van het hogere btw-tarief per 1 oktober 2012. Opnieuw leveren bijna alle non-foodbranches omzet in. Bij een aantal branches, zoals winkels in woninginrichting (-4,0 procent) en consumentenelektronica (-5,1 procent), is de krimp wel fors kleiner dan een maand eerder. De woninginrichters verloren immers dik 12 procent omzet in september. Textielsupermarkten weten, evenals een maand eerder, wel meer om te zetten dan vorig jaar. De omzet van de postorderbedrijven en internetwinkels ligt ruim 9 procent hoger dan in oktober 2012. Het CBS berekent voor de detailhandel als geheel ook een voortschrijdend driemaandgemiddelde, die de sterke invloed van de samenstelling van de koopdagen vermindert. Dan blijkt het driemaandgemiddelde van oktober voor het volume (de gemiddelde volume-index van augustus, september en oktober) voor de vijfde maand op rij ongeveer 4 procent lager uit te komen dan dezelfde periode vorig jaar. Voor de omzet krimpt het driemaandgemiddelde van oktober echter sterker dan in de voorgaande maanden.
Het Britse investeringsfonds Doughty Hanson heeft, heel voorzichtig nog, het voornemen om de Vlaamse vloerenmaker Balta van de hand te doen. De Corelio-krantenwebsite Nieuwsblad.be brengt dit bericht vandaag. Recentelijk zou Doughty Hanson verscheidene contacten met potentiële kopers hebben gelegd. Door de krant geraadpleegde waarnemers spreken over het aftasten van koopinteresse. De investeringsgroep stapte in augustus 2004 in Balta en telde daar (inclusief schulden) 600 miljoen euro voor neer. “Balta is te koop, maar wij zijn bij het bedrijf niet bezig met het opstellen van verkoopsdocumenten. Volgens mij zal een verkoop pas in 2015 gebeuren,” aldus nuanceert en bevestigt Hendrik Deruyck, ceo van Balta, tegen de krant. In juni 2007 werd Balta overigens al eens in de etalage gezet, om daar krap twee maanden later door de private-equitygroep weer uit weggehaald te worden, toen de situatie op de financiële markten voor het eerst onzeker begon te worden.
De Nederlandse economie maakt een keer ten goede. Stijgend consumenten- en producentenvertrouwen wijzen op een omslag van de conjunctuur. Het prille herstel uit zich in 2014 in een bescheiden economische groei van een half procent, na een krimp van 1 procent dit jaar. In 2015 trekt de groei aan tot circa 1 procent. Na zeven jaren van krimp neemt het reëel beschikbaar inkomen in 2015 bovendien flink toe, met 2,5 procent. Dit blijkt uit de nieuwe halfjaarlijkse ramingen van De Nederlandsche Bank (DNB), die vandaag zijn gepubliceerd. Dat het geraamde economische herstel bescheiden blijft, komt vooral doordat huishoudens, banken, pensioenfondsen en de overheid voorrang geven aan het verdere herstel van hun financiële situatie. Dit proces is nog niet voltooid en zet een rem op de binnenlandse bestedingen. Hoewel het consumentenvertrouwen tegen het eind van 2013 flink is opgelopen, is dat in de bestedingen van huishoudens nog niet overtuigend terug te zien, zo vervolgt DNB met een voor onder meer retailers belangrijke kanttekening. Naar verwachting krimpt de particuliere consumptie in 2013 met ruim 2 procent en in 2014 nog eens met 1,3 procent. Daarmee ligt het consumptievolume in 2014 6 procent lager dan in 2010. In 2015 komt een einde aan een periode van vier jaar met krimpende consumptie, maar de geraamde stijging (bij ongewijzigd beleid) is met 0,3 procent nog mager.
Het kleureninstituut Pantone heeft ‘Radiant Orchid’ (Pantone-nummer 18-3224) aangewezen als ‘Kleur van het Jaar 2014’. Deze ‘stralende orchidee’ neemt de plaats in van het nu weer afgedankte ‘smaragdgroen’. Die werd ons destijds nog aangeboden als een welkom symbool van groei, vernieuwing en welvaart, bij uitstek passend bij 2013. Maar inmiddels zijn twaalf maanden verstreken en is als vanzelf de behoefte gegroeid aan een andere kleur in ons leven. “Als een aansporing om te vernieuwen, moedigt Radiant Orchid ons aan om creativiteit en oorspronkelijkheid tot ontwikkeling te brengen, iets wat in toenemende mate wordt gewaardeerd in de huidige maatschappij,” zo weet Leatrice Eiseman, directeur van het Pantone Color Institute. “Radiant Orchid, een betoverende harmonie van fuchsia, paars en roze ondertonen, boezemt vertrouwen in en straalt heel veel vreugde, liefde en gezondheid uit. Het is een fascinerend paars, zo eentje die je weet te verleiden met haar verleidelijke charme.” U bent dus gewaarschuwd.