Onderzoek woonconsument Marktplaats
Ruim driekwart van de consumenten is bereid meubelen aan te schaffen via Marktplaats (79 procent). Ook voor de aanschaf van raamdecoratie (70 procent), houten vloerplanken (69 procent) en laminaat (63 procent) staan de consumenten open voor aankopen via Marktplaats. Indien onderscheid wordt gemaakt tussen de aanschaf van tweedehands en nieuwe producten, blijkt dat het merendeel van de consumenten die bereid zijn meubelen aan te schaffen via Marktplaats, open staat voor de aanschaf van tweedehands meubelen (64 procent). De bereidheid om tweedehands raamdecoratie (41 procent), houten vloerplanken (45 procent) en laminaat (28 procent) aan te schaffen via Marktplaats is beduidend lager. Dit blijkt uit het WoonOmnibus-onderzoek van USP Marketing Consultancy (Business Unit DHZ) dat begin april is uitgevoerd onder circa 500 consumenten. Circa een kwart van de consumenten zal nooit tweedehands raamdecoratie (29 procent) of houten vloerplanken (24 procent) kopen via Marktplaats, maar is wel bereid deze producten nieuw aan te schaffen via Marktplaats. Deze producten worden onder andere nieuw verkocht door zakelijke aanbieders, zoals meubelzaken, vloerbedrijven, interieurspeciaalzaken en diverse groothandels. Ook voor de aanschaf van laminaat zijn nieuwe producten in trek. Meer dan de helft van de consumenten die bereid is laminaat aan te schaffen via Marktplaats, zal het laminaat alleen aanschaffen als het nieuw aangeboden wordt (34 procent; in totaal is 63 procent bereid laminaat aan te schaffen via Marktplaats).
Momenteel biedt Marktplaats circa 550.000 artikelen aan in de categorie Huis en Inrichting; per dag worden ongeveer 35.000 nieuwe advertenties in deze categorie op de website geplaatst. Eén op de vijf Nederlandse consumenten heeft dan ook een deel van de inrichting van de woning aangeschaft via Marktplaats. Gemiddeld hebben deze consumenten vier artikelen voor de woning aangeschaft. Met name starters op de woningmarkt bezoeken Marktplaats voor de aanschaf van interieurartikelen. Consumenten jonger dan 35 jaar (28 procent), consumenten met een huurwoning (24 procent) en huishoudens met een maandelijks netto inkomen van minder dan 1.675 euro (31 procent) richten de woning relatief vaak in met artikelen van Marktplaats.
(Vloerenplein/USP Marketing Consultancy, 13-05-2011)







Kvadrat kondigt de overname van de Nederlandse karpettenmaker Danskina BV aan. De Deense specialist in designtextiel wil met de aankoop zijn merknaam versterken en een breder gamma producten afzetten op de internationale retailmarkten. Anders Byriel, CEO van Kvadrat, roemt Danskina's 'baanbrekende' ontwerpen en oriëntatie op het vervaardigen van eigentijdse vloerkleden van hoge kwaliteit. "Wij zien een groot potentieel in het merk Danskina en verheugen ons op de ontwikkeling van de collectie en de uitbreiding van de internationale aanwezigheid van het bedrijf." Deze week hebben de partijen een intentieverklaring getekend met betrekking tot de overname door Kvadrat en verwachten de transactie medio juni te voltooien. Danskina werd in 1973 opgericht in Bergeijk door Piet en Ina van Eijken. "In de nauwe, sinds 1973 bestaande samenwerking met Kvadrat, hebben we elkaar geïnspireerd en vanaf dat moment elkaars waarden gedeeld. Het is dan ook een groot genoegen om het roer over te geven aan mijn Deense vrienden," aldus Piet van Eijken.
De omzet van winkels in non-foodartikelen was in het eerste kwartaal gelijk aan die in dezelfde periode van 2010, zo blijkt uit cijfers van het CBS. De prijs pluste 0,4 procent, het volume kromp evenveel. Daarmee is dus geen sprake van herstel in deze sector. Binnen de non-foodsector boekten doe-het-zelfwinkels (+2,4 procent) en winkels in huishoudelijke artikelen (+3,0 procent) meer omzet in het afgelopen kwartaal. Textielsupermarkten (-5,0 procent) en winkels in woninginrichting (-1,7 procent) behaalden juist minder omzet. De woninginrichters (verkopers van meubels, woningtextiel, verlichtingsartikelen en vloerbedekking) 'scoorden' in maart een min van 3,5 procent.
Na een tweetal 'zware' jaren, bracht 2010 een 'voorzichtige kentering' voor de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie. De omzet van alle sectoren bij elkaar dikte vorig jaar 5 procent aan tot een totaal van 11,2 miljard euro. "Dit is echter eerder het gevolg van de scherpe stijging van de grondstoffenprijzen die gedeeltelijk werden doorgerekend. In volume bleef de productie quasi ongewijzigd op het lage niveau van 2009. De economische crisis is in onze sectoren dan ook nog niet voorbij," aldus Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria, ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van de beroepsorganisatie van vandaag. 
De vereniging van Europese laminaatfabrikanten EPLF lijkt er absoluut niet van overtuigd dat de 'Wood-Fibre-Technologie' binnen tien jaar de laminaatvloer volledig van de markt verdrongen zal hebben. Darko Pervan, CEO van Välinge, de ontwikkelaar van de poedertechnologie en de Wood Fibre Floors, zocht afgelopen maand de publiciteit met die gedurfde voorspelling. De EPLF laat weten 'sceptisch' tegenover dergelijke uitspraken te staan en wat EPLF-voorzitter Ludger Schindler betreft is de door de Zweedse productontwikkelaar voorziene ontwikkeling (zonder overigens Välinge bij naam te noemen) zelfs 'onrealistisch'. Dr. Theo Smet, hoofd van de werkgroep Techniek bij de EPLF, vindt de nieuwe technologie 'in beginsel interessant', maar hij is ook van mening dat die nog 'in de kinderschoenen' staat. In ieder geval zou nog lang geen sprake zijn van een 'volwassen' innovatie. De technische deskundigen van de EPLF gaan er in wezen van uit dat met de Wood-Fibre-Technologie een nieuwe, aparte productgroep kan ontstaan, die omwille van zijn karakteristieken evenwel niet tot de laminaatvloeren en het daarbij behorende stelsel van normen en standaarden gerekend mag worden. De EPLF ziet een mogelijke toepassing van op Wood-Fibre-Technologie stoelende producten eerder in het lage prijssegment en wellicht bij de niet-houtidentieke decors. (Zie ook Nieuws van 22-04-2011).
Het Amerikaanse vloerenconcern Mohawk Industries heeft met een omzet van 1,34 miljard dollar (circa 930 miljoen euro) in het voorbije eerste kwartaal ongeveer gelijkgespeeld ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Belangrijker wellicht nog is dat CEO Jeffrey Lorberbaum ervan uit gaat dat de markt in de rest van het jaar meer en meer gaat aantrekken. In de Verenigde Staten verwacht de topman onder meer dat het aantal renovaties op de zakelijke en particuliere markten hoger zal komen te liggen dan vorig jaar het geval was en dat de huizenverkopen herstel gaan laten zien. De netto-omzet van het vooral in Noord-Amerika actieve Mohawk-segment (alle vloertypes) daalde in het eerste kwartaal met 3,5 procent, waarbij de zakelijke sector verbetering liet zien maar de residentiële categorie achterbleef. De orders voor residentiële producten uit het Mohawk-segment zijn aan het einde van het eerste kwartaal evenwel weer aangetrokken, en dat hield aan in april. Voor de zakelijke tak was er een aanzienlijke groei bij de tapijttegelproducten en de onderneming ziet ook de hospitality-markt na jaren weer aantrekken. Het in Noord-Amerika en Europa actieve Unilin-segment (vloeren, daksystemen en plaatmateriaal) boekte circa 7 procent meer omzet in de eerste drie maanden van dit jaar. De verkoop van de meeste producten in Europa liet een plus zien, terwijl de Amerikaanse markten moeilijk bleven, maar wel verbetering toonden. De marges in het Unilin-segment stonden volgens het concern onder druk door de 'escalerende' kosten van grondstoffen, die op een hoger niveau lagen dan de door het bedrijf zelf doorgevoerde prijsverhogingen.
Een poging van de Nepalese overheid om een collectief tapijtmerk van de grond te krijgen is vooralsnog stukgelopen op ogenschijnlijk tegengestelde belangen tussen exporteurs en fabrikanten. De regering had aangedrongen op een collectief merk om de uitvoer van Nepalees tapijt uit de al geruime tijd aanhoudende malaise te trekken. Een door de overheid aangestelde stuurgroep oordeelde dat het ook van belang was om een regulerend lichaam aan te stellen, dat toezicht zou houden op de tapijtnijverheid en voor handelsbevordering zou zorgen in potentiële afzetgebieden voor handgeknoopte tapijten uit Nepal. De invoering van het collectieve merk is voor veel ondernemers in de Nepalese tapijtbranche blijkbaar lastig te aanvaarden. Daar komt bij dat zowel tapijtproducenten, wolproducenten, tapijtexporteurs, handgeknoopte tapijtexporteurs en machinaal gemaakte tapijtexporteurs hun eigen belangenverenigingen hebben.
"De productiekosten van tapijt zijn het afgelopen jaar naar schatting gemiddeld 20 tot 30 procent gestegen als gevolg van de gestegen grondstofprijzen. De stijgingen gelden voor zowel de synthetische grondstoffen als natuurlijke grondstoffen. Evenals bij andere vloeren is materiaal een belangrijk onderdeel van de kostprijs," aldus stelt Modint/VNTF in een op de nijpende actualiteit inhakend persbericht. "Fabrikanten en leveranciers zijn gestart met het doorberekenen van de kostenstijgingen aan de klanten." 
InterfaceFLOR maakt gewag van vijf hoogtepunten die de markleider in modulaire vloeren dit jaar op het terrein van duurzaamheid heeft weten te behalen. Grote stappen zijn naar eigen zeggen gezet op het gebied van recycling, het reduceren van CO2-uitstoot en het vergroten van transparantie. “Het streven naar duurzaamheid is de stimulerende kracht binnen onze organisatie,” zo verklaart Dan Hendrix, voorzitter en CEO van moederbedrijf Interface Inc. “Het is verweven in de gehele bedrijfsvoering en beinvloedt de manier waarop wij denken, handelen en communiceren. In de afgelopen 12 maanden hebben we een opmerkelijke vooruitgang geboekt op verschillende gebieden die allemaal leiden naar verdere verduurzaming en groei van de organisatie.”
De Vereniging OPS laat in een persbericht weten dat een speciale projectleider in de afgelopen maanden namens haar gesprekken heeft gevoerd met sociale partners in de sectoren om het idee achter het ‘Voorzieningenfonds OPS’ uit te dragen. De eerste vooruitzichten zijn volgens de patiëntenorganisatie hoopgevend, al kan zij momenteel nog weinig concrete resultaten melden. Het streven is in eerste instantie een opbrengst van 10 tot 15 miljoen euro. Projectleider Herman Leisink, werkzaam bij VlugAdviseurs: “De werkgeversvertegenwoordigers en de vakbondsbestuurders in de grafische sector, de bouw en de industrie die ik gesproken heb, onderkennen bijna zonder uitzondering het probleem. Ze voelen zich duidelijk moreel aangesproken. Maar of de portemonnee dan ook open gaat om het Voorzieningenfonds te vullen? Moeilijk in deze crisistijd. Maar ik heb wel hoop dat we daarop iets verzinnen. Want het meevoelen met het lot van de OPS-slachtoffers is er in de sectoren zeker wel.” Volgens het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten te Amsterdam bedraagt het totaal aantal OPS-diagnoses in Nederland 460. Uit de sector Bouw (schilders, meubilering, woning- en projectstoffeerders, parketteurs) komen 175 slachtoffers. Vanaf 2008 zijn er nog maar een paar slachtoffers met een diagnose bijgekomen. (Zie ook het nieuwsitem ‘OPS morgen op agenda Tweede Kamer’ van 02-03-2011).
Het vakevenement 100% Design, dat van 26 t/m 28 mei a.s. opnieuw onderdak heeft gevonden in de Van Nelle Ontwerpfabriek te Rotterdam, telt als vanouds weer een aantal interessante deelnemers met vloerbedekking in het assortiment. Op de alweer negende editie van de beurs voor interieurdesign geven onder meer acte de présence (in alfabetische volgorde): Desso, ICE tapijten, Inpa Parket, InterfaceFLOR, Limited Edition, Modulyss, Nora flooring systems en Printtapijt.nl. Voorafgaand aan de beurs is reeds bekend dat InterfaceFLOR in een ‘sprookjesachtige’ sfeer haar nieuwe voorjaarscollectie ‘Once upon a tile’ zal tonen. Limited Edition hoopt dat zijn nieuwe outdoor-collectie ‘Looping’ (ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse textielontwerpster Hélène Dashorst) een blikvanger wordt. En voor wie daarvan houdt, geeft Li Edelkoort op vrijdag 27 mei een masterclass Interieur en Lifestyle 2013. Op www.100procentdesign.nl kan men zich momenteel registreren voor 50 procent korting op de toegangsprijs.
Bij de Geschillencommissie Wonen, die geschillen behandelt tussen consumenten en SG CBW-ondernemers, werden vorig jaar 1073 klachten ingediend. Dat blijkt uit het zojuist verschenen Jaarverslag 2010 van de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken. De commissie verzond 440 uitspraken. Tevens werden 256 zaken onder leiding van een bemiddelingsdeskundige geschikt. Het merendeel van de afgehandelde klachten betrof zitmeubelen en keukens. Daarnaast ging een groot aantal klachten over badkamers. De overige hadden onder meer betrekking op vloerbedekking, matrassen, gordijnen en vitrages. Het financieel belang dat bij de klachten in het geding was, bedroeg gemiddeld 3038 euro. Van de 440 uitspraken waren er 183 gegrond, 32 deels en 202 ongegrond. In 16 gevallen werd ter zitting geschikt. De commissie kende in 65 van de klachten een schadevergoeding toe, van gemiddeld 2172 euro. Ter vergelijking: in 2009 kwamen 1379 klachten binnen bij de Geschillencommissie Wonen en in 2008 nog 1504.
Carpetright heeft in het voorbije 'kwartaal' (de 11 weken tot aan 16 april jl.) 4,4 procent omzet moeten prijsgeven in Nederland en België, gerekend in euro's en ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De 'oud-op-oud'-omzet verminderde hier met 5,7 procent. In het Verenigd Koninkrijk en Ierland nam de omzet in deze periode af met 6,5 procent, met 'like-for-like' een net iets kleinere krimp van 6,3 procent. De scores voor de afgelopen 50 weken wijzen op een omzetdaling in Nederland en België van 2,6 procent, met 'like-for-like' een terugloop van 3,7 procent. In Britse ponden gerekend moet Carpetright het voorbije 'jaar' overigens 9,2 procent prijsgeven in Nederland en België. 



Een zwaarwegend Amerikaans onderzoek naar in binnensteden wonende kinderen met astma, komt tot de conclusie dat positieve ingrepen in het binnenklimaat van de woning van de kinderen (waaronder beter reinigen en tabaksrook uitbannen), resulteert in een vermindering van de astma-gerelateerde symptomen bij de kinderen en een toename van hun klachtenvrije dagen. Bovendien wijst het onderzoek uit dat geen verschil bestaat tussen de verbetering die wordt ervaren door kinderen met tapijt in huis versus kinderen in woningen met een andere soort vloerbedekking. Voorts wordt er geen verschil aangetroffen in de niveaus van de allergenen die worden gemeten in met tapijt gestoffeerde woningen, in vergelijking met woningen met harde vloerbedekking. Beide laatstgenoemde uitkomsten werden vooraf niet verwacht door de onderzoekers.
De Europese Vereniging van Tapijt en Karpetten producenten (ECRA) uit haar bezorgdheid over de mogelijke, negatieve gevolgen van de recente prijsstijgingen van basisproducten en de schaarste van grondstoffen in de hele sector. Ten gevolge van de aanzienlijke prijsschommelingen in de mondiale grondstofprijzen kan de Europese tapijt- en karpettenindustrie de levering van producten tegen vaste prijzen niet meer garanderen voor langere periodes. Vooral de verhoogde productiecapaciteit in China confronteert de sector met een algemeen wereldwijd tekort aan grondstoffen, zo stelt de vereniging. 





Volledig dankzij de toenemende vraag uit nieuwe markten als Latijns-Amerika en het Midden-Oosten, is de Indiase uitvoer van tapijtproducten met 24 procent aangedikt in het boekjaar 2010/2011. De buitenlandse omzet bereikte een niveau van 653 miljoen US dollars, tegenover 525 miljoen een jaar eerder. Ongeveer 40 procent van de tapijtuitvoer van India is momenteel bestemd voor Europa, 30 procent gaat naar de VS, 20 procent naar het Midden-Oosten en 10 procent naar Latijns-Amerika. Het segment van de 'staple/synthetic' tapijten (synthetische, handgeknoopte vloerkleden met een uitstraling van zijde, red.) noteerde met ruim 64 procent het hoogste groeicijfer. Gevolgd door zijden tapijten (+27 procent), handgetufte wollen tapijten (+23 procent) en handgeweven tapijten (+22 procent). Voor het boekjaar 2011/2011 wordt een toename van de export van 25 procent verwacht. Vanaf november 2009 toont de uitvoer van tapijtproducten uit India weer herstel. De sector is een bron van bestaan voor circa 2,5 miljoen mensen in dit land.
Euretco en Intres onderzoeken de mogelijkheden tot een fusie door middel van uitwisseling van aandelen. Hiertoe voeren beide retailservice-organisaties momenteel een wederzijdse due diligence uit. "De ontwikkelingen binnen de branches mode, wonen en sport en op het terrein van e–commerce vragen om aanpassing van de organisaties. Schaalvergroting maakt efficiency, kwaliteitsverbetering en nieuwe investeringen voor de toekomst mogelijk om optimale retailservices te leveren," aldus een gezamenlijk persbericht. "De doelstellingen van de combinatie zijn de aangesloten ondernemers nu en in de toekomst beter van dienst te zijn - en daarmee het behoud van de zelfstandige retailer in Nederland beter te borgen - en de rol naar leveranciers verder te professionaliseren." De verwachting is dat in mei nadere informatie verstrekt kan worden over de voortgang van de besprekingen. 