stelling 1

De discussie over stelling 1: De kwaliteit van leggers en stoffeerders laat nogal eens te wensen over is afgesloten.

Hieronder staan de reacties.

- Vorige discussies -

Reacties (6)
 
 
 
Scoren
6 zaterdag 16 mei 2009 11:52
Administrator
 
Niet alleen leggers zijn verantwoordelijk maar ook de verkoper kan een hoop narigheid voorkomen door eerlijk advies te geven en niet alleen te verkopen om lekker te kunnen scoren.

Henry van der Maas

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
 
Grote jongens
5 zaterdag 16 mei 2009 11:49
Administrator
 
Veel werkgevers zien het nut niet in van opleiden. Werkgevers denken alleen maar aan omzet waardoor de werkdruk te hoog wordt en er geen tijd voor opleiding is. Bovendien wordt door deze werkdruk het vak van woningstoffeerder kapot gemaakt. Dit heeft ook tot gevolg dat het vak een slechte uitstraling krijgt, en er geen leerlingen meer op afkomen. De CBW heeft mijns inziens een grote taak om het vak van woningstoffeerder meer bekendheid te geven. Maar ook de CBW denkt alleen maar aan de grote jongens in onze branche, terwijl het vakmanschap vaak door de kleine bedrijven geleverd wordt. Er zijn prima landelijk erkende opleidingen genoeg voor woning- en meubelstoffeerder die de praktijk combineren met de theorie.

M. Bank

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
 
Tijd
4 zaterdag 16 mei 2009 11:40
Administrator
 
Jawel, scholing en opleiding is zeer belangrijk, maar bewust bezig zijn met je werk, rust in je werk en overzicht waar je mee bezig bent, zijn zeer belangrijke aandachtspunten waar de (free-lance-)stoffeerders van tegenwoordig zich zelf geen tijd voor gunnen. Terwijl er tijd zat voor is..., of in ieder geval tijd gepland voor moet worden.

Ferry van den Bosch

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
 
Knoeiers aanpakken
3 zaterdag 16 mei 2009 11:39
Administrator
 
Knoeiers in het vak moeten worden aangepakt. Ten 1e nekken ze onze normaal te hanteren prijzen. Vervolgens trappen ze het product er even in. De fabrikant is blij want die heeft weer veel meters verkocht. Maar dan, een klacht. Ojee, pech want men is het naamkaartje van de knoeier kwijt en dan heeft de fabrikant alsnog een probleem. Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat fabrikanten dit toelaten met hun vloerbedekkingen. Negen van de tien keer ligt de klacht namelijk niet aan de vloerbedekking maar aan de verwerker cq stoffeerder. Met certificaten kom je ook niet veel verder. Als fabrikant leggers toestaat grote orders te verleggen, krijgt hij toch wel een certificaat. Wat wel werkt is dat fabrikanten hun klachten in een databank laten opnemen waardoor de knoeiers tevoorschijn komen. Daarmee kunnen we het kaf van het koren scheiden.

Theresa

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
 
Vakkundig
2 zaterdag 16 mei 2009 11:38
Administrator
 
Tapijt is slechts een halffabrikaat. Eenmaal wanneer het vakkundig geïnstalleerd is komt het product volledig tot haar recht. Goede voorlichting vanuit de branche (dus leveranciers) en opleiding zijn belangrijk. Ook moeten de materialen een eenvoudige vakkundige verwerking mogelijk maken.

Hans van Zuylen

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 
 
 
Eigen vakvereniging
1 zaterdag 16 mei 2009 11:38
Administrator
 
Uit ervaring kan ik meespreken, echter we moeten oppassen dat we niet alle stoffeerders over één kam scheren; wij werken met free-lance stoffeerders waarvan ik overtuigd ben dat zij kwalitatief een goed en mooi produkt kunnen afleveren als ze daar zonder al te veel hindernissen de tijd voor krijgen. Tijd is tegenwoordig vaak de grote boosdoener in vloerenland want hoe vaak gebeurt het niet dat er nog geen kachel brandt, de schilder nog niet klaar is of de elektricien zijn installatie nog moet afmonteren. Men schaamt zich er zelfs niet meer voor in de eindfase van de ruwbouw de vloerbedekking te laten installeren. Vaak voldoen vloeren nog niet of zijn twijfelachtig om op te werken en moet er tegen beter weten in toch op geplakt of gewerkt worden. Dan praten we nog niet over de werkdruk want die geldt voor een ieder op de werkvloer, maar als hekkensluiter, want dat behoort de stoffeerder te zijn, worden we vaak in het verdomhoekje gezet. En om nu niet te klagen over de meterprijzen want die zijn vaak afdoende mits er gewoon gewerkt kan worden; kan dit niet dan moet de stoffeerder vechten voor zijn meters en vaak concessies doen in de kwaliteit van zijn werk. Niet dat dat goed te praten valt, maar dat is wel de realiteit. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we de problemen bij de bron zullen moeten aanpakken. Wij trachten en streven er dan ook al langere tijd naar collega’s ervan te overtuigen een gilde of vakvereniging op te richten teneinde een front te vormen en ons vak een uitstraling te geven die hij verdient.

Want, helaas lopen er inderdaad mensen rond die onder alle prijzen door en ten koste van alles ongezien de omstandigheden blijven prutsen teneinde een snee brood te verdienen. Alleen dán als wij gezamenlijk de handen ineen willen slaan en een front vormen ten behoeve van de kwaliteit van ons werk en het product waarmee wij werken ben ik ervan overtuigd dat de gemotiveerde stoffeerder zal blijven bestaan. Een erkenning als zijnde bv. Lid van erkende vloerenbedrijven en free-lance stoffeerders zou een goede start zijn. Het maken van onderlinge prijsafspraken voor de erkende leden. In het leven roepen van een eigen vakvereniging. Coöperatieve prijsafspraken maken voor de leden van de vereniging naar leveranciers toe. Coöperatieve verzekeringen, want hoeveel free-lancers lopen er niet onverzekerd rond. Zoveel zaken die we gezamenlijk kunnen doen en waar een ieder profijt van zou kunnen hebben als we elkaar maar wat gunnen. Het personeelsbestand dunt alleen maar uit, ons vak lijkt niet interessant voor de buitenwereld terwijl ons werk altijd zichtwerk is en wij de afsluiting behoren te zijn van ieder project, zowel particulier als projectmatig. Ik hoor de meeste stoffeerders nog steeds zeggen: ‘ik wil goed en mooi werk afleveren, alleen de omstandigheden laten daarin nog wel eens te wensen over’. Wellicht dat het onderstaande collega’s tot nadenken kan aanzetten: De koek is zo groot, het aantal vakbroeders wordt steeds kleiner, alleen krijgen we hem niet op. Ik stel voor eens om de tafel te gaan en te kijken of wij net als in bijna alle andere branches onszelf een predikaat kunnen gaan geven als bv. ‘ik ben erkend lid van het gilde van erkende vloerenbedrijven’. Hiermee kunnen we ons imago verbeteren, de onderhandelingspositie met onze opdrachtgevers vergroten en uiteindelijk beter presteren. Ik ben ervan overtuigd dat we dan een natuurlijke schifting krijgen van de goedwillende stoffeerders en de in ons vak vaak genoemde knoeiers. Stofferen is namelijk een boeiend vak, echter mensen zijn vaak pas te motiveren als ze er ook iets voor terug krijgen en die taak ligt naar mijn mening bij ons, de gevestigde orde. Tot slot ben ik er ook van overtuigd dat een praktijkopleiding tot stoffeerder ook een goede weg zal zijn om gemotiveerde mensen neer te zetten, want hoe vaak zien we niet dat we mensen opleiden die na een periode van één, twee jaar zeggen ‘ik ben stoffeerder en ga free-lancen want wat mijn baas kan verdienen kan ik zelf ook verdienen’? Ik ben dan ook voorstander van een deeltijdopleiding met nadruk op en ín de praktijk, plus een dag per week theorie. En mensen in de praktijk een leermeester-erkenning geven teneinde ons vak over te dragen.

Ed Stockmann,
Richelle Project en Woningstoffering

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.